Namens cliënten reageer ik op uw brief d.d. 13 januari jl. Uw brief is niet ondertekend, en sluit af met ‘Team Offboarding KYC’, het zou fijn zijn een contactpersoon te hebben i.v.m. overleg.

 

Wat cliënten betreft is onvoldoende ingegaan op de stellingen als ingenomen in de klachtbrief d.d. 1 oktober, naar de inhoud waarvan ik u opnieuw verwijs, en welke inhoud ik als herhaald en ingelast wens te beschouwen. Voornoemde brief geeft in alle openheid, en voorzien van bewijsstukken, en zelfs een schriftelijke verklaring van de voormalige vice-president van Van Caem alsook African Prestige, de gang van zaken weer. Mevrouw Dupleix verklaart onder meer:

 

“I have attached some intras received on Van Caem account (for Prestige supply business, being the perfume company of the group). When any payment was received at Van Caem, the finance team would send the amount with the account name its coming from and the logistic team would reply to the finance to which file this payment has to be linked. You will find in those attachments, many payments received for IRIS account and different pending deals he had with Prestige supply (Van Caem). Some company names are similar with some received by African Prestige BV on the behalf of Iris and some other different (being other customrs of IRIS who bought the stock). This illustrates all the explanation above, all those payments are the heritage of Van Caem business which all legally approved by our financial director and by the auditors. So I don’t see how it could be any different for African Prestige?”

 

In uw reactie is op geen enkele wijze aandacht besteed aan de bijgevoegde bewijsstukken, alsook is er op geen wijze aandacht besteed aan de proactieve opstelling die de heer Rafferty de bank heeft toegezegd, te weten: 1) kennisgeving richting klant IRIS m.b.t. directe voor toekomstige

 

 

transacties, en 2) vastellen per transactie dat betaling plaatsvindt door contractant zowel voor huidige als nieuwe klanten.

 

De heer Rafferty heeft deze 2 wijzigingen aangekondigd omdat hij op geen enkele wijze in enig onderzoek van de bank betrokken wil raken, en onbezorgd zaken wil kunnen blijven doen, geheel in lijn met de wensen van de bank. Genoemde pro-actieve opstelling is niet enkel aangekondigd in voornoemde klachtbrief d.d. 1 oktober 2021, maar ook al in de rechtstreekse correspondentie met uw bank bij herhaling geopperd.

 

Op genoemde pro-actieve opstelling alsook de overige stellingen in mijn klachtbrief is ten onrechte geen enkele aandacht besteed en is op geen enkele wijze door de bank gewogen, terwijl dat (ik verwijs naar de geldende jurisprudentie) bij de vraag of de bank over kan gaan tot opzegging van de bancaire relatie, wel had moeten gebeuren. Minstgenomen had u cliënt kunnen uitnodigen voor overleg, hetgeen de bank ook heeft nagelaten. De zaak is schriftelijk afgedaan, waarbij de bank zich in de ogen van cliënten wel erg verschuilt achter de werking van art 3 Wwft, als middel om de relatie te beëindigen (better safe then sorry, zo lijkt de bank zich volgens cliënt op te stellen).

 

Dat u met hetgeen nu voorligt, de opstelling van cliënten en de volledige openheid van zaken die van meet af aan is getoond niet in staat zou zijn het ex art 3 Wwft verlangde cliëntenonderzoek af te ronden, wordt met klem bestreden. Het moge duidelijk zijn dat de bank steeds blijft vragen naar geldstromen waar cliënten geen partij bij waren, maar die vragen kunnen mijn cliënten niet beantwoorden, en zouden feitelijk onderdeel moeten zijn van een cliëntenonderzoek van de bank van IRIS. De gang van zaken is nu dat mijn cliënten vereenzelvigd worden met haar contractant en dat is ten enenmale onjuist. Desondanks heeft cliënt wel degelijk inzicht verschaft door de vice-president te vragen een verklaring af te leggen, die helder is, en getuigt van bereidheid om volledige openheid van zaken te verschaffen. Als gezegd is hier geen aandacht aan besteed, ten onrechte, waardoor er een opstelling van de bank is ontstaan waarin ongeacht elk antwoord mijn cliënten ook zouden geven, de relatie hoe dan ook zou worden beëindigd.

 

De conclusie die cliënten daaraan verbinden is dat de bank onzorgvuldig hebben gehandeld en te lichtzinnig zijn overgegaan tot het opzeggen van de relatie met mijn cliënten.

 

Wat Interpolis betreft: die kwestie is anders verlopen dan u schetst, maar is wel opgelost. U hoeft hier verder geen actie te ondernemen. Van belang is dat Interpolis mijn cliënt zelf de gelegenheid gaf op te zeggen, waarmee de kwestie was afgedaan, kennelijk na (onjuist) te zijn geïnformeerd door uw bank, hetgeen ertoe heeft geleid dat client alle zeilen bij moest zetten om het verkeerd ontstane beeld over hem en zijn bedrijven weg te nemen. Interpolis heeft jegens cliënt begrip getoond en ingezien dat de aanvankelijke stellingname jegens cliënt geen stand kon houden,

 

 

hetgeen uiteindelijk tot een voor cliënt onder de gegeven omstandigheden aanvaardbare oplossing heeft geleid, zij het onder protest.

 

Dat u bevestigt dat niet gebleken is van fraude, laat staan dat er geen melding is van enige registratie, stemt cliënt weliswaar gerust, maar de gang van zaken blijft bijzonder onbevredigend, meer in het bijzonder ten aanzien van de vraag of rechtens gronden waren de bancaire

overeenkomst met cliënten op te zeggen. Cliënten blijven van mening dat met de actieve opstelling en de getoonde bereidheid openheid van zaken te verschaffen, die grond er rechtens niet was, en dat staat los van de vraag of cliënten elders kunnen bankieren of niet.

 

Cliënten herhalen om die reden hun sommatie:

  • dat de bank haar beslissing terugdraait en rectificeert, en verklaart dat er geen gronden waren over te gaan tot opzgging van de bancaire relatie (en cliënt desgewenst via uw bank weer aan het maatchappelijke verkeer kan blijven meedoen);

  • dit schriftelijk kenbaar maakt aan Interpolis;

 

Nu er geen sprake is van vermelding in enig verwijzingsregister kan de 3e sommatie als genoemd in de brief d.d. 1 oktober 2021 achterwege blijven.

 

Zonodg wenst cliënt door u te worden gehoord, teneinde zaken nogmaals toe te lichten.

 

Ik verneem graag binnen een termijn van 2 weken van u bij gebreke waarvan cliënten zich zullen beraden over rechtsmaatregelen met als inzet een verklaring voor recht in combinatie met schadevergoeding terzake waarvan cliënten de bank hierbij – vooralsnog enkel om formele redenen – aansprakelijk stelt.

 

Ik voer graag overleg.